Een paar weken geleden mocht ik mee op directie-uitje. Toch voelde het meer als moeten. Mijn team zit namelijk op afstand van de rest van de collega’s. We zitten letterlijk op een andere verdieping en houden ons met hele andere onderwerpen bezig. Er is weinig onderling contact (op een paar mensen na) en nu mocht ik dus gezellig een dagje mee op uitje met een grote groep mensen die ik nauwelijks kende.

Een jaar of vijftien geleden had ik dat allemaal hartstikke leuk gevonden. Zo’n dag is weer eens wat anders. Lekker een dag niet werken, elkaar op een andere manier zien en leren kennen en vaak ook nog eens iets leuks doen. Maar dat was voor mijn eetstoornis.

Toen de eetbuien steeds meer de controle over mijn leven begonnen te krijgen, werd het voor mij steeds moeilijker om in grote groepen te functioneren. Vooral borrels aan het eind van de werkdag vond ik ontzettend lastig. Ik was zo ontzettend bang dat ik de controle over mijn eten kwijt zou raken, in gezelschap een eetbui zou krijgen en mij oncontroleerbaar op de bitterballen en blokjes kaas zou storten. Gelukkig is dat nooit gebeurd, maar toch. Ik ging sociale gelegenheden steeds meer mijden en uiteindelijk ging ik gewoon helemaal niet meer.

Nu was ik dus een van de vertegenwoordigers van ons team op de directiedag. Ik had er geen zin in en zag er vooral erg tegenop. Ik ben gewoon niet zo goed meer in grote groepen. Uiteindelijk werd het een hele leuk dag. In het begin moest ik er wel inkomen. Gelukkig gingen we steeds in kleine groepjes uiteen, waardoor je makkelijker met mensen aan de praat komt.

Ik sloeg me door de ochtend en de lunch heen en begon redelijk optimistisch aan het middagprogramma. Dat bleek zeepkisten bouwen te zijn, gevolgd door een zeepkistenrace. We moesten spelletjes doen om onderdelen te winnen en daar bleek best goed in te zijn. Kortom, ik begon me wel te vermaken. Maar toen kwam het, de zeepkistenrace zelf. In eerste instantie zei ik natuurlijk ‘nee’. Want ik vind mezelf nog steeds veel te zwaar voor dat soort dingen. Ik ben bang om de boel stuk te maken en voor genante situaties in relatie tot mijn gewicht en bouw.

Maar toen we naar de start van het parcours reden, ben ik toch even in de zeepkist van mijn team gaan zitten. Gewoon, om het even ervaren te hebben. De kist was stevig, zat lekker en eigenlijk leek het mij toch wel erg leuk om mee te doen. Dus ik heb me bedacht. Voor het eerst in jaren heb ik gezegd dat ik het wel wilde doen. Niets verstoppen achter gewicht of eetstoornis. Nee, ik wilde in de zeepkist rijden. Zo gezegd zo gedaan! Het was geweldig. Ik heb in jaren niet zoveel lol gehad.

Aan de andere realiseerde ik mij later ook wel weer hoeveel ik mijzelf ontzegd heb de afgelopen jaren. Dit was uit angst voor een eetbui, uit schaamte over mijn lichaam of omdat ik bang was dat mijn lijf fysiek niet zou kunnen doen wat ik graag wilde. Dus deed ik het gewoon niet en bleef ik thuis of hield ik mezelf op de achtergrond. Maar niet bij de zeepkistenrace! Toen ben ik op de voorgrond gestapt, heb ik oprecht plezier gehad en kreeg ik ook nog een complimenten van collega’s die het leuk hadden gevonden mij zo te zien genieten. Zo kan het dus ook!