Afscheid

Opeens was daar een kleine stemmetje in mijn hoofd dat een gewetensvraag stelde: 'Heb je eigenlijk wel afscheid genomen van je eetstoornis?' Het antwoord op deze vraag was duidelijk. Nee, ik heb nooit echt afscheid genomen. Zelfs in mijn boek 'Vetstrijd' (over de strijd tegen eetbuienstoornis en overgewicht) kom ik tot de conclusie dat mijn BED chronisch maar onder controle is.

Chronisch maar onder controle. Een jaar geleden klonk dit nog heel logisch. Ik had evenwicht gevonden in mijn leven en dus ook in mijn eten. Tot ik mijn baan verloor. Weg was het fragiele evenwicht. Na mijn terugval en mijn aanmelding bij Centrum Eetstoornissen Ursula kom ik langzaam maar zeker tot de conclusie dat ik de draak die mijn eetstoornis is definitief wil verslaan. Helemaal knock out, morsdood, over en uit.

Gek genoeg is mijn BED de laatste jaren deel uit gaan maken van mijn identiteit. Al was het alleen maar een verklaring voor mijn uiterlijk. Ja ik ben dik, maar het komt door een eetstoornis. Het was een excuus, een reden om dingen wel en vooral ook niet te doen. En toen het leven even tegenzat, werd het o zo gemakkelijk de eetbuien weer binnen te laten. Niet eens bewust hoor. Het gebeurde gewoon.

Nu is het anders. Ik ben na mijn aanmelding bij Ursula door de screening en mag binnenkort op intakegesprek. In de tussentijd word ik volledig doorgelicht. Ik heb uitgebreide vragenlijsten moeten invullen die primair over mijn eetstoornis gingen en niet alleen confronterend waren, maar ook veel stof tot nadenken gaven. Ik wacht nog op de uitslag van het bloedonderzoek dat ik moest laten doen. Daarnaast word ik na mijn intake ook nog op een aantal andere fysieke punten gecontroleerd. Voor het eerst in al die jaren eetstoornis voel ik mij een patiënt. Dat was even slikken.

En wat wil de patiënt? Beter worden! Gewoon beter worden, genezen en mentaal en fysiek gezond zijn. Afscheid nemen van mijn eetbuienstoornis. Dan kan ik pas echt verder met de rest van mijn leven.