Het was een dinsdagavond in januari en ik had de hele dag gewerkt. Het was koud en donker toen ik naar huis liep vanaf het station. De straat was vochtig, maar nog net niet glad. Dat zou niet lang meer duren. Tijd om naar huis te gaan en de rest van de avond binnen te blijven. Opeens kwam er een man naast me lopen die me aansprak. Ik voelde de ergernis omhoog borrelen. Vlak bij het station word ik namelijk vaak aangesproken. Er staan bijna altijd wel mensen met gekleurde jassen aan die willen dat je donateur wordt van een of ander goed doel. Ook word ik – zeker in de wintermaanden – nogal eens aangesproken door de lokale daklozen. Ik snap dat allemaal, maar ik heb er niet altijd zin in. Anders gezegd, ik stond niet op ‘standje communicatie’.

De man zei dat ik er moe uitzag. Ik liep ook wat moeilijk. Was ik moe? Ja, ik was moe en nu dat opeens zo ter sprake kwam, voelde ik dat ook. Dat ik moeilijk liep, merkte ik niet. Het was echter geen onbekende opmerking. Ik heb dat vaker gehoord. De wens om snel naar huis te gaan, met een warme maaltijd in het vooruitzicht en dan heerlijk op de bank ploffen werd alleen maar groter. Ik ging er zelfs harder van lopen. Ik wilde naar huis! Maar de man bleef met me meelopen en bleef proberen om het gesprek gaande te houden. Ik wilde vooral dat hij weg zou gaan. Ik was bijna thuis en ik wilde niet per se dat een vreemde zou weten waar ik woon.

Toen kwam het: ‘Je ziet er heel leuk uit’. Het was op dat moment verspilde moeite. Ik luisterde niet. Sterker nog, ik wilde niet luisteren. Hij snapte dat ook en haakte af. Ik hoorde nog net de teleurstelling in zijn stem. En ik vroeg me af wat er zojuist eigenlijk was gebeurd. Had er werkelijk iemand tegen mij gezegd dat ik er leuk uitzag? Een onbekend, zomaar op staat? En hij had het dus tegen mij? Echt? Ongeloof en blijdschap wisselden elkaar in hoog tempo af. Dit was het laatste wat ik had verwacht en het raakte me enorm. Het moment was misschien verkeerd, maar de boodschap was wel degelijk aangekomen.

Een dikke maand later liep ik wederom naar huis. Nu kwam ik terug van de markt. Ik zag uit mijn ooghoeken dat er een meneer met een fiets aan de hand dezelfde kant op ging. Maar dat was niets bijzonders. Er lopen bij mij in de buurt zoveel mensen op straat. Ik woon aan een doorgaande route, dus het is bijna altijd druk. Toen sprak hij mij opeens vanuit het niets aan en vroeg of ik vrijgezel was. Wat? Serieus? We hebben het dus echt over mij? Alweer? Hij was niet mijn type. Echt niet. Dus ik heb hem vriendelijk bedankt voor het compliment (dit keer wel) en we zijn ieder ons weegs gegaan. Maar niet voordat nogmaals hij zei: ‘Je bent echt heel mooi’.

Dat waren dus twee ontmoetingen op straat in de eerste twee maanden van het jaar. Zomaar uit het niets en echt gebeurt. Ondanks alle kilo’s van de eetbuien die nog steeds aan mijn lichaam zitten en die niet altijd bijdragen aan een positief zelfbeeld. Maar dat maakt kennelijk niet uit voor de rest van de wereld. Het gaat erom hoe je je voelt en wat je uitstraalt. En juist dat is de afgelopen jaren sterk verbeterd.