Als we niet in de angst willen blijven hangen, zit er niks anders op. We moeten leren loslaten,
leren vertrouwen. Of allebei.

Als je kind net geboren is, voel je intense blijdschap, gelukkige verwondering en tegelijk ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Je wilt met liefde voor haar of hem gaan zorgen, want je houdt vaak al vanaf de eerste seconde van je kind. Wat je niet beseft is dat je ook zo enorm veel van datzelfde kind gaat leren. Omdat het je vaak een spiegel voorhoudt. En je aan het denken zet.

Mijn dochters doen dat nog steeds: dat spiegeltje voorhouden. Soms doen ze dat bijna achteloos. Maar als ik te bemoeizuchtig ben, lastig in hun ogen, dan worden ze feller, zeker als het nog met de eetstoornis te maken heeft. "Waarom vertrouw je me nog steeds niet? Ik weet heus wel wat ik doe hoor, laat het nou eens los!", zegt onze oudste dochter dan bijvoorbeeld. De jongste zegt eigenlijk niks, die draait geïrriteerd met haar ogen en zucht. Daar is ze weer, hoor je haar denken.
En op zo'n moment besef ik, ze hebben nog gelijk ook. Maar ja, hoe doe je dat? Die antenne uitzetten? Die antenne die bedacht is op het opvangen van kleine aanwijzingen die het begin kunnen zijn van een terugval. Of aanwijzingen die het begin kunnen zijn van een periode die je niet nog eens wilt meemaken.
Niet alleen ik heb die supergevoelige antenne, ik hoor het ook van andere ouders die hetzelfde hebben meegemaakt. Bijna iedereen schiet bij het minste of geringste weer in de angst. Ook als het met het kind zelf al weer een heel stuk beter gaat, steekt bij ons ouders dat angstgevoel weer snel de kop op. Logisch eigenlijk, want we willen hen beschermen, hen de ogen openen, waakzaam zijn voor het mogelijke gevaar dat dreigt. "Maar het is juist niet helpend als jij er steeds bovenop zit", zegt het ene kind. "Vertrouw me nou, jouw wantrouwen helpt me niet", zegt het andere kind.

En ja, daar zijn ze dan weer, die spiegeltjes. Ik moet leren dat het vooral mijn angst is die ik op zo'n moment toelaat. Ik ben degene die in de angst schiet. En natuurlijk snap ik dat het niet werkt om dat een leven lang te blijven doen. Dus net als bij alle andere pubers en jongvolwassenen van Nederland zit er dus maar 1 ding op. Ik zal moeten leren loslaten. Mijn dochters in het volste vertrouwen steeds verder loslaten. En dat doe ik dus ook. Ik doe mijn best hen meer ruimte te geven door zelf andere dingen te gaan doen. Ik zeg tegen mezelf dat het herstel vanuit henzelf moet komen, dat ik niks in de hand heb en laat hen weten dat ik er altijd voor hen ben als het nodig is. Eigenlijk probeer ik vooral positiever te denken en zelf meer te ondernemen. En echt waar, dat geeft zoveel meer rust. Probeer het eens, met kleine stapjes, dat dan weer wel.