Onze meiden zijn hersteld. Gelukkig. Ze blijven nog wel werken aan hun zelfbeeld, maar verder is die tijd voor mijn gevoel afgesloten. Toch gebeurt er soms iets waardoor je de littekens weer voelt. Vandaag had ik zo'n moment.


Ik was namelijk toehoorder bij een les over eetstoornissen. In een klas met pubers van ongeveer 14, 15 jaar. In het begin voelden ze zich wat ongemakkelijk bij het verhaal van de ervaringsdeskundige voor de klas. Schoorvoetend kwamen er meer vragen. Problemen waarmee ze zelf mogelijk worstelen kwamen aan bod. Eerst nog wat giechelig, maar al snel wat serieuzer en rustiger. De vragen en antwoorden maakten indruk, dat voelde je. Aan het eind van de les werd ook ik geïntroduceerd. Maar vanaf het moment dat ik de korte versie van ons verhaal ging vertellen voelde ik de emotie in mij trillen. Heel gek. Dit voelde zó anders dan mijn verhaal vertellen aan een groep ouders.


Ik probeerde het niet te laten merken. En vertelde dat de ziekte ingrijpend was geweest voor ons hele gezin. Maar ook dat enkele vriendinnen zo fijn hadden meegeleefd. Hoe belangrijk zij waren en dat hun steun echt had geholpen bij het herstel. "Maar wat moet je dan doen om te helpen?", vroeg iemand in de klas. Ik slikte. "Eigenlijk hoef je niet veel te doen", hoorde ik mezelf zeggen. En het voelde bijna alsof ik tranen moest wegslikken. "Het is al genoeg als je af en toe belt of gewoon even langskomt. Meer is niet nodig. Want zo laat je weten dat je aan haar of hem denkt. En dat helpt." Na nog wat vragen en kleine voorbeelden was het al tijd om af te ronden. En meteen zakte dat onverwachte gevoel weg.


Later besprak ik het met de ervaringsdeskundige die al zo vaak voor een klas stond. "Wat jij voelde is verdriet", zei ze me. En ik voelde dat ze gelijk had. Door de vragen van deze klas was een gevoelige snaar geraakt, een snaar waarvan ik het bestaan niet eens meer had vermoed. Want de 3 of 4 'goede' vriendinnen van mijn oudste hadden ook maar af en toe hoeven bellen. Wat zou het fijn geweest zijn als ze 1x hadden gevraagd hoe het met haar ging. Maar dat gebeurde niet. En ik vond het zo erg dat mijn zieke meid zo jong al zo'n harde levensles leerde. Hartverscheurend om te zien hoe eenzaam ze zich kon voelen. Het maakte me destijds verdrietig. Maar ook boos, terwijl ik tegelijk best snapte dat omgaan met een zieke vriendin die zo veranderd is, niet gemakkelijk is. Maar toch. Er waren 'n paar meiden die wél aan haar dachten, hoe moeilijk ze het ook vonden. Die waren geweldig.


En dat verdriet voelde ik ineens weer op die woensdagmiddag in dat klaslokaal. Omdat ik daar opnieuw voelde dat mijn kind als puber al heeft ervaren dat je in slechte tijden je echte vrienden leert kennen. Ik hoop van harte dat deze klas mijn antwoord zal onthouden.