Er hangt op deze grijze zondagochtend een bedrukte sfeer in huis. Onze jongste buigt zich met duidelijke tegenzin over haar huiswerk. De oudste hangt down op de bank, met een opgewarmd kersenpittenkussen onder haar trui en een deken over haar benen. We moeten iets verzinnen om die deprimerende stemming te doorbreken.

Een uurtje later zitten we in de auto. Op weg naar een klein stadje waar het koopzondag blijkt te zijn. Op de achterbank heerst een gespannen stilte. Terwijl ik met mijn man wat over koetjes en kalfjes praat, zeggen onze ogen tegen elkaar dat we blij zijn met dit moment. Blij dat we hen konden overhalen om mee te gaan.

We beginnen met wat rondkijken in winkels. Eerst gaat het nog wat stroef, maar door het snuffelen voelt het al snel wat meer ongedwongen. We belanden zelfs in een gezellige lunchroom voor koffie, sap en een kleine lunch. We kiezen allemaal iets wat ons lekker lijkt van de lunchkaart. En vergeten even de strenge regels van de eetlijst. Heerlijk, we zijn nu al blij dat het ons gelukt is de somberheid een beetje te doorbreken.

Ruim een uur later slenteren we terug naar de auto. Onze dochters lopen gearmd voor ons uit. Waarover ze het hebben kunnen we niet verstaan, maar blijkbaar is het grappig, want de jongste moet zo hard lachen dat ze even moet stoppen, haar benen gekruist. Stil genietend volgen we het tafereel. Ze duwen en plagen elkaar wat en samen hebben ze steeds meer lol. De jongste krijgt zelfs de slappe lach. Ik krijg er bijna tranen van in mijn ogen. Zo mooi vind ik het om dit te zien. En hun lach te horen. Wat een bijzonder moment. Omdat ik besef dat ik dat al zo lang niet meer heb gehoord. Een gewone, klaterende schaterlach. Een lach waarvan je het bijna in je broek doet.

Mijn dag kan niet meer stuk. Wat zeg ik, de komende weken kan ik op dit moment teren. Met een gelukzalig gevoel kom ik weer bij de auto aan. Grijs is de lucht nog steeds, maar die zie ik niet. Want wat is dit een prachtige, zonnige zondag. Zo'n dag die je wel zou willen inlijsten.