Mensen moesten eens weten. Kijk daarom naar Emma. Maar ik niet. Ik weet genoeg.

De 18-jarige Emma had zes jaar lang anorexia. Had. Want nu is ze dood. In de documentaire 'Emma Wil Leven' vertelt ze haar verhaal. Over hoe ze zes jaar lang gevochten heeft. Hoe ze in een kliniek in Portugal kiest voor het leven. En hoe ze er dan achterkomt dat het te laat is. Omdat de schade aan haar lichaam te groot is.

Al dagen zie ik een voorstukje van deze documentaire voorbij komen. Vanavond om 21.20 op BNN: Emma wil leven.

Het lijkt mij een zeer heftige documentaire. De beelden die ik gezien heb vond ik al heel erg heftig overkomen. Ik zelf heb een jarenlange eetstoornis nooit totaal overwonnen. Nog altijd kamp ik met psychische aspecten en fysieke gevolgen van jarenlange uithongering en boulimia nervosa. Ik kan er gewoonweg niet naar kijken, door mijn persoonlijke verleden, denk ik. Is dat egoïstisch? Of misschien wel naïef? Zo van: als ik maar niet kijk, word ik ook niet geconfronteerd met de werkelijkheid van deze ziekte? Ik weet het niet helemaal zeker, wat ik voel. Wat ik wel weet, is dat het zoveel weerstand oproept bij mij, dat ik er niets over wil horen of zien. De tv gaat uit als er een voorstukje verschijnt over Emma, of als mijn favoriete late-night show op staat en de documentairemaakster Jessica Vilerius komt in beeld, zap ik snel weg. Mijn vriend vraagt waarom precies. Nee, weet ik niet. Ik wil dat leed niet opnieuw beleven. Ik wil niet alles uit mijn verleden weer moeilijk op laten borrelen, herbeleven, de pijn zien in de ogen van iemand anders, de pijn die ik maar al te goed ken, de pijn die ik misschien zelf ben geworden. Ik word er angstig van. Vermoeid. Anorexia is iets ongrijpbaars. Ik was 16 toen ik voor het eerst met spoed in het ziekenhuis belandde, voor uitputting, extreme ondervoeding en ondergewicht. Ik was toen boos, ik was niet ziek, als ze me lieten gaan zou ik me beter gedragen en normaler gaan eten. Ze lieten me niet gaan. Maar goed ook. Echter, na drie weken hield ik het niet meer, en wilde ik zo graag weg, dat alle artsen overtuigd waren dat er met mij (nog) geen pad naar genezing te bewandelen viel. Dit klopte. Eenmaal thuis deden mijn ouders wat ze konden, hielden mij strak, planden mijn dagen en qua eten was er geen enkele vrijheid voor mij. Ik kan me herinneren dat ik op een dag, na mijn ziekenhuis opname, een keer overgaf. Wat een angst dit met zich meebracht, en tegelijkertijd die extreme ontlading, opluchting! Ik kan het niet beschrijven. Ik heb veel ups en downs meegemaakt, en ben er inmiddels, helaas, van overtuigd dat ik nooit voor de volle 100 procent zal genezen. Sterker nog, als iemand er me naar vraagt, betrap ik mezelf erop dat ik meer dan eens zeg dat mijn eetstoornis ooit mijn dood zal worden. Het is een val, een eeuwige strijd, een dodelijke ziekte. Toch, als ik 's ochtends wakker word, voel ik nog altijd dezelfde urge om door te gaan met mijn leven zoals het is. Soms voel ik me leeg, soms overvol. Een eetstoornis staat voor mij gelijk aan de hel, en ook aan mijn uitweg, mijn onaantastbare kant, mijn alles. Ik weet niet welke van de twee overstemt. Soms word ik gek van alles, en heb ik nergens zin meer in, zelfs niet in eten. Nadenken over eten. Altijd dat nadenken. Het is en blijft een strijd.

Ik hoop dat iedereen Emma wil leven gaat kijken. Om er bewust van te worden dat een eetstoornis een ernstige ziekte is, en het niet gaat over eten, maar meer is dan dat. Het gaat om angst hebben om te leven, zoals ieder ander. Het gaat om angst hebben om 'normaal' te zijn. Niet te kunnen functioneren in de maatschappij, zoals dat zou moeten. Het is zoveel meer dan dat ene blaadje sla of dat ene taartje bij de koffie. Mensen moesten eens weten. Kijk daarom naar Emma. Maar ik niet. Ik weet genoeg.

Romy Hazeleger