Weer eens heel iets anders dan de ervaringsverhalen dan ik gewend ben. De schrijfster vertelt over de behandeling die zij heeft gevolgd voor anorexia. Dit doet ze op een nuchtere toon, met een flinke dosis zelfspot.
Voor mensen die nog niet zoveel over anorexia weten kan dit boek nieuwe inzichten bieden, voor mensen die zelf middenin hun herstel zitten zou ik andere ervaringsverhalen willen aanraden vanwege de grote dosis cynisme en zelfspot in dit boek. Ik kan me voorstellen dat je al een zekere afstand tot je proces moet hebben voordat je kunt genieten van dit boek. Ik herken er veel in, maar zou me er niet zozeer door gesterkt voelen als ik nog bezig zou zijn met mijn herstel. Het taalgebruik is nogal direct ('komt een anorect bij de dokter' is de titel van een van de hoofdstukken) en de schrijfster ventileert duidelijk haar onvrede met bepaalde aspecten van haar behandeling.

Het boek geeft een inkijkje in het leven van een vrouw die al 15 jaar anorexia heeft als ze besluit zich te laten behandelen. Vanaf haar dertiende worstelt ze met eetproblemen. Tijdens haar middelbare schooltijd en studietijd moedigt haar omgeving haar regelmatig aan om in behandeling te gaan, maar pas als haar vriend het na zes jaar uitmaakt omdat hij een relatie met iemand met anorexia niet meer volhoudt, besluit ze echt om hulp te vragen. Rianne Meijer beschrijft de twee jaar die volgen op dat moment, vanaf haar aanmelding bij de kliniek tot haar ontslag. De gang van zaken in de kliniek wordt helder uiteengezet, hier en daar met Riannes verontwaardiging duidelijk merkbaar. Hoewel ze moeite heeft met het hoog therapeutisch gehalte van haar behandeling en sommige regels omtrent eten in de kliniek, vecht ze met succes voor haar herstel. 

Een paar korte stukjes uit het boek die een goed beeld geven van de manier van schrijven:
"In principe zijn er een stuk leukere dingen te doen dan jezelf uithongeren. Alsof ik me op een dag verveelde en bedacht: 'goh, zo'n eetstoornis. Dat is misschien wel lachen. Was het maar zo simpel.'
'Elke emotie, gedachte of handeling is verdacht. Bij alles worden vraagtekens gezet. Dat is nodig om alle demonen op te kunnen sporen. Logisch, maar bij tijd en wijle ook monsterlijk irritant, en het kost bakken met energie.'

Ik vind het vooral een goed boek omdat ik me herken in de frustraties die Rianne beschrijft als het gaat om haar behandeling. Bovenal zou ik het boek daarom willen aanraden aan hulpverleners. Overigens is Rianne, zoals ze zelf schrijft, de kliniek ontzettend dankbaar voor wat ze voor haar hebben betekend. "Maar," zegt ze, "van kritiekloze acceptatie is nog nooit iemand beter geworden."