Eetproblemen hebben gevolgen voor deelname arbeidsmarkt en maatschappij; resultaten van de eerste meting van Nederlands Eetstoornissen Register

Eetproblemen of een eetstoornis hebben gevolgen op verschillende aspecten van het leven. Zo zijn er gevolgen op de arbeidsmarkt, op het sociale leven en op het algemeen welbevinden. De meeste mensen met eetproblematiek - nu of in het verleden – geven aan niet voldoende te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Dat blijkt uit de resultaten van 765 ingevulde vragenlijsten uit de eerste meting van het Nederlands Eetstoornissen Register (NER).

Nederlands Eetstoornissen Register
Wanneer mensen met een eetstoornis in behandeling komen, wordt er veel gemeten, geregistreerd en onderzocht. Maar als de behandeling is afgerond stoppen de metingen en is niet duidelijk hoe het deze mensen verder vergaat. Met een deel blijft het goed gaan, maar sommigen vallen terug in hun eetstoornis. Daarnaast zijn er ook mensen met een eetstoornis of eetproblemen die nooit in behandeling komen. Over deze groep mensen is eigenlijk niet veel bekend. Om hier een beter beeld van te kunnen krijgen heeft GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam en vereniging rond eetstoornissen WEET het Nederlands Eetstoornissen Register (NER) opgezet. Het belangrijkste doel: het lange termijn effect van het hebben van een eetstoornis of eetproblemen op verschillende gebieden onderzoeken.
In juli 2015 ging het NER van start. Personen van 12 jaar en ouder die ooit (nu of in het verleden) eetproblemen of een eetstoornis hebben gehad, konden zich aanmelden via de NER website. Deelnemers werden geworven op Proud2Bme, de website van WEET en bij een aantal gespecialiseerde behandelcentra. Na aanmelding kregen de deelnemers per E-mail een link om online de eerste vragenlijst in te vullen.

Deelnemers aan de eerste meting
Tussen begin juli en eind december 2015 hebben 765 mensen de eerste vragenlijst ingevuld, dit waren vooral vrouwen (in totaal deden 10 mannen mee). De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 26 jaar (minimum 13-maximum 64 jaar) en de meeste deelnemers waren volwassen (88 mensen waren jonger dan 18 jaar).

Eetproblematiek
Vier op de vijf NER deelnemers (78%; 598 mensen) gaf aan op dit moment eetproblemen te ervaren, terwijl 22% in het verleden eetproblemen had ervaren. In totaal heeft 89% (680 mensen) nu of in het verleden een diagnose voor een eetstoornis gekregen, 9% heeft geen diagnose gekregen maar denkt wel dat hij/zij een eetstoornis heeft (gehad) en 2% heeft wel eetproblemen (gehad) maar (waarschijnlijk of zeker) geen eetstoornis.
De gemiddelde duur van de eetproblemen was 9,2 jaar (minimaal 0,2-maximaal 45 jaar). Gemiddeld waren de respondenten 17,2 jaar oud toen het eerste vermoeden van een eetstoornis werd uitgesproken. De leeftijd waarop de eerste eetstoornis diagnose werd gesteld was gemiddeld 19,6 jaar. Anorexia nervosa was de meest gestelde diagnose (zie Figuur 1).

Figuur 1 NER Weet Magazine ed 6
Figuur 1 Laatst gestelde diagnose binnen eetstoornis spectrum bij NER deelnemers met huidige eetproblematiek (links) en eetproblematiek in het verleden (rechts)

De meerderheid van de NER deelnemers is onder behandeling geweest voor de eetstoornis of eetproblematiek (84%). Gemiddeld kwamen zij drie keer in behandeling (gezamenlijke duur 2,9 jaar). Van deze groep heeft 85% ambulante behandeling(en) (vooral bij diëtist en algemene GGZ instelling), 47% dagbehandeling(en) en 45% klinische behandeling(en) gevolgd. Ongeveer één op de vijf NER deelnemers (18%) gebruikt op dit moment medicatie voor hun eetproblematiek of eetstoornis (met name Prozac en Seroquel).
Bij navraag naar eetstoornissymptomen in de afgelopen 28 dagen (zie Figuur 2) werden dwangmatig/overmatig bewegen (57%) en eetbuien (48%) het vaakst genoemd. Eetstoornissymptomen komen ook nog voor bij mensen die aangeven in het verleden eetproblemen te hebben ervaren, maar wel minder vaak.

Figuur 2 NER Weet Magazine ed 6
Figuur 2 Voorkomen van eetproblematiek in de afgelopen 28 dagen

Onderwijs en arbeid
Ongeveer twee derde van de NER deelnemers (67%) is op dit moment in
opleiding (in de meeste gevallen een universitaire of HBO-opleiding). Van de NER respondenten die geen opleiding volgen is meer dan de helft (190 mensen) wel eens aan een opleiding begonnen die ze niet hebben afgemaakt. Psychische problematiek en eetproblematiek veroorzaakten in de meeste gevallen het voortijdig stoppen van de opleiding (beide 25%).
Volwassen NER deelnemers hebben een relatief hoog opleidingsniveau maar lijken minder uur per week te werken en meer te verzuimen dan gezonde leeftijdsgenoten. Ruim de helft (53%) heeft betaald werk en/of is werkzaam als zelfstandige, terwijl 11% geen structurele dagbesteding heeft. Ze vinden zichzelf onvoldoende succesvol als het gaat om hun bijdrage aan de maatschappij (gemiddeld rapportcijfer 5,1). Minder dan de helft (43%) van alle NER respondenten vindt dat hij/zij voldoende kan deelnemen aan de maatschappij (zie Figuur 3). Volgens de NER deelnemers zijn met name verandering van eigen gedrag (70%), passende hulpverlening (42%) en meer sociale contacten (33%) nodig om beter te kunnen deelnemen aan de maatschappij.

Figuur 3 NER Weet Magazine ed 6
Figuur 3 Kan voldoende deelnemen aan maatschappij? Resultaten weergegeven totaal en per groep

De helft niet gelukkig
Uit de eerste meting blijkt verder dat eetproblemen en eetstoornissen grote gevolgen hebben voor het leven. Mensen met eetproblematiek hebben vaak ook angst- (65%) of depressieklachten (54%). Bovendien is de kwaliteit van leven laag. Ruim de helft (52%) van de mensen die nu of in het verleden eetproblematiek heeft ervaren is niet gelukkig (zie Figuur 4). Ter vergelijking, bij mensen met autisme was dit percentage 26% (NAR rapportage 2015) en uit onderzoek bij de Nederlandse bevolking (CBS) blijkt dat 3% van de volwassenen ongelukkig en 10% 'niet gelukkig, niet ongelukkig' is.

Figuur 4 NER Weet Magazine ed 6
Figuur 4 Welbevinden in NER deelnemers (totaal en per groep)

Een kleine groep NER deelnemers (12%) heeft nauwelijks sociale contacten. Contact met ouders (89%), broers en/of zussen (81%) en vriendschappen met leeftijdsgenoten (81%) werden het meest genoemd. Minder dan de helft van de volwassenen (43%) heeft een partnerrelatie. Ongeveer de helft van de deelnemers (48%) is tevreden met hun sociale contacten (zie Figuur 5). Er is vooral behoefte aan meer vriendschappen met leeftijdgenoten. Bij mensen met autisme werd dezelfde mate van tevredenheid gevonden (NAR rapportage 2015). Voor de gemiddelde Nederlander (CBS) geldt dat ruim 80% van de volwassenen tevreden is met zijn/haar sociale leven.

Figuur 5 NER Weet Magazine ed 6
Figuur 5 Tevredenheid met sociale contacten (totaal en per groep)

Impact van eetstoornis is groot
Uit bovenstaande wordt duidelijk dat het hebben van eetproblemen of een eetstoornis een grote impact heeft op verschillende aspecten van het leven. Mensen die in het verleden eetproblemen hebben ervaren laten een gunstiger beeld zien, maar deze groep is op verschillende vlakken nog niet op het niveau van de gemiddelde Nederlander. De impact van eetproblematiek lijkt dus niet alleen groot maar ook langdurig. Met het onderzoek van het NER hopen we in de komende jaren erachter te komen hoe we de ontwikkeling en de gevolgen van de eetproblematiek in positieve zin kunnen beïnvloeden.
De volledige rapportage van de eerste meting staat op http://www.nederlandseetstoornisregister.nl/nieuws/2016/09/12/ner-rapportage-2015/. Op deze website is verder alle informatie over het NER te vinden, ook hoe je je kan aanmelden. Nieuwe deelnemers zijn namelijk nog steeds van harte welkom!

Referenties: 
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Statline (http://statline.cbs.nl/Statweb/): -Bevolking; hoogstbehaald onderwijsniveau en onderwijsrichting (2003-2016)
-Arbeidsdeelname; kerncijfers (2003-2016)
-Ziekteverzuim volgens werknemers; geslacht en leeftijd (2014-2015)
-Welzijn; kerncijfers, persoonskenmerken (2013-2015)
NAR rapportage 2015 (http://www.nederlandsautismeregister.nl/assets/Documenten/NAR_Rapportage_2015_LR.pdf )